Wat leer je?
Finoegrische talen, waaronder het Fins, Hongaars, Laps en Estisch vallen, behoren niet tot de Indo-Europese taalfamilie zoals de meeste Europese talen, maar vormen een eigen taalfamilie. In de opleiding staan het Fins en het Hongaars centraal, waarbij je vanaf het begin van je studie voor één van de twee talen moet kiezen. Je leert de gekozen taal zowel schriftelijk als mondeling beheersen. Om je spreek- en schrijfvaardigheid te ontwikkelen, moet je tijdens je studie veel lezen, luisteren, praten, schrijven en vertalen. Naast deze taalverwerving doe je kennis op óver taal. Zo besteed je onder andere aandacht aan taalkundige aspecten als de geschiedenis van de Finse of de Hongaarse taal en tweedetaalverwerving. Ook leer je veel over de cultuur van de gekozen taal, want een taal is immers beter te begrijpen als je de gewoontes en de cultuur van een land kent. Vanuit deze gedachte komen zaken als de (sociale) geschiedenis, de politiek, de filosofie, de economie, de literatuur en de kunst van het taalgebied aan de orde. Het studieprogramma bestaat onder andere uit de volgende vakken: taalkunde, taalstructuur en –geschiedenis, syntaxis, morfologie, vertalen, letterkunde, literatuurgeschiedenis en cultuurkunde.in het eerste jaar staat vooral taalverwerving centraal. Vanaf het tweede jaar kies je een definitieve studierichting. Een deel van je studie kun je in het buitenland volgen. Je sluit je studie af met een scriptie.
Afgestudeerd, en dan?
Als afgestudeerde kun je bijvoorbeeld in het bedrijfsleven terecht komen. Maar ook radio, televisie, de schrijvende pers en de diplomatieke dienst behoren tot de mogelijkheden. Daarnaast is een aantal afgestudeerden werkzaam in de public relations. Afhankelijk van je specialisatie kun je denken aan functies als leraar, vertaler, voorlichter, tekstschrijver of als tolk.<br>Uiteraard kun je ook doorstuderen en je verder specialiseren in een van de aansluitende masteropleidingen.
Wat zijn de toelatingseisen voor deze studie?